Een macération Beaujolaise van 2 tot 3 weken voor de helft van de druiven, ofwel met een koolzuurinweking van de koolzuur die aan het begin van de gisting is gevormd. De andere helft wordt klassiek vergist met een gemiddeld lange inweking van de druiven. De lagering van de wijn heeft plaatsgevonden op vaten van diverse grootte, die reeds eerder gebruikt zijn.
Karakter:
Paarsrood van kleur met voor Beaujolais vrij veel kleurdiepte en licht dof doordat de wijn ongefilterd is. In de neus met volop rood (framboos, aardbei) en zwart fruit (zwarte bes), daarnaast aardse geuren. Fris en fruitig in de mond, met lichte tannines en een mineralige afdronk.
Serveren:
Serveer deze wijn op een temperatuur van rond 16 graden (of in zomer licht gekoeld) bij kalfszwezerik of gevogelte zonder heftige saus. Ook bij diverse visgerechten (griet met truffelsaus…) op zijn plaats.