Druiven met nobele rotting worden zacht geperst en vervolgens vindt vergisting en rijping op barriques plaats, waarvan een klein deel nieuw.
Karakter:
Goudgeel. In de neus rijp geel fruit, noten, boter, paddenstoelen en een lichte jodiumtoon van de nobele rotting. In de mond een zeer ronde aanzet, een hoge concentratie, zoet maar niet plakkend, ook door de mooie zuren. Lange afdronk.
Serveren:
Serveer deze wijn op 7 tot 9 graden bij ganzen- of eendenlever of bij niet te zoete nagerechten met noten