Merlot (80%), cabernet sauvignon (10%) en cabernet franc (10%)
Bodem:
Grijze klei, kiezel en ‘crasse de fer’, ijzerhoudende zandsteen
Vinificatie:
ruiven worden maximaal rijp geoogst, ondergaan daarna een vrij lange maceratie (22 dagen) waarbij de fermentatie met natuurlijke gisten plaatsvindt. Daarna rijpt de jonge wijn gemiddeld 12 maanden in vaten van 600 liter, waarvan 10% jaarlijks wordt vervangen.
Karakter:
Paarsrood tot kersenrood. Rijke geur met veel fruit (zwarte bes, pruim), een lichte kruidigheid (tijm, peper) en florale tonen van roos en viool. In de mond een zachte aanzet met een goed evenwicht tussen concentratie, tannines en frisheid en de smaak van zoethout, karamel en mineralen. Lange afdronk met mooie, rijpe tannines.
Serveren:
Serveer deze wijn op een temperatuur van 16-18 graden bij genereuze rood-vleesgerechten, of niet te zware wildgerechten.